Nederlanders moeten twee keer zoveel groente en fruit eten - Vitamine Informatie Bureau

2 april 2007

Nederlanders moeten twee keer zoveel groente en fruit eten

Categorie: Algemeen

 

Het was al bekend: Nederlanders eten veel te weinig groente en fruit. Maar uit de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad blijkt weer eens hoe groot de achterstand is. In de praktijk zouden de Nederlanders tientallen tot zelfs honderd procent méér groente en fruit moeten eten om onder meer voldoende vitamines en mineralen binnen te krijgen. Het Vitamine Informatie Bureau onderschrijft die noodzaak, maar het zal niet eenvoudig zijn om het in de praktijk ook echt te halen.

Richtlijnen Goede Voeding

In de Richtlijnen Goede Voeding pleit de Gezondheidsraad voor een ‘substantiële toename’ in het gebruik van groente en fruit. Eigenlijk moet iedereen elke dag 150 tot 200 gram groente en 200 gram fruit eten. Dat is belangrijk voor de voorziening van vitamines, mineralen en vezels. Uit de meest recente Voedselconsumptiepeiling, die het werkelijke eetgedrag van de Nederlanders in kaart brengt, blijkt dat mensen gemiddeld ruim 120 gram groente en iets meer dan 100 gram fruit per dag eten. Bepaalde bevolkingsgroepen, zoals jong-volwassenen, scoren nog lager.

Het Vitamine Informatie Bureau benadrukt dat in bepaalde leeftijdsfasen of in specifieke omstandigheden extra aandacht voor de voeding gewenst is. Voorbeelden zijn baby’s, zwangere vrouwen, lijners, (top)sporters, vegetariërs en ouderen. Bij zwangerschap en borstvoeding is bijvoorbeeld aanvulling met een supplement noodzakelijk voor vitamine D en foliumzuur, omdat vrouwen de noodzakelijke hoeveelheid niet uit de voeding kunnen halen. Vanzelfsprekend vormen supplementen geen alternatief voor goede voeding. Gezond en gevarieerd eten blijft vooropstaan.

Supplement vitamine D?

De Gezondheidsraad gaat uitzoeken of de gebruikelijke voeding voor foliumzuur (voor zwangere vrouwen) en voor vitamine D (voor jonge kinderen en senioren) mogelijk tekortschiet om aan de voedingsnorm te kunnen voldoen. Mensen boven de vijftig jaar hebben een verhoogde behoefte aan vitamine D die niet via de voeding te verkrijgen is. De oudere huid is daarnaast steeds minder in staat om onder invloed van UV-straling vitamine D aan te maken. Voor vrouwen vanaf vijftig jaar en mannen vanaf zestig jaar adviseert de Gezondheidsraad daarom als aanvulling op de voeding een vitamine D-supplement.
Een vitamine-D-inname van bijvoorbeeld 10 microgram per dag (nu extra aanbevolen voor vrouwen vanaf zeventig jaar) is voor ouderen wellicht aan de lage kant, gelet op het risico van (heup)fracturen. Op verzoek van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport werkt de Gezondheidsraad aan een advies hierover.

Bronnen:

  • Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2006. Den Haag: Gezondheidsraad, 2006; publicatie nr 2006/21.
  • Gezondheidsraad. Voedingsnormen: calcium, vitamine D, thiamine, riboflavine, niacine, pantotheenzuur en biotine. Den Haag: Gezondheidsraad, 2000; publicatie nr 2000/12.
  • Gezondheidsraad. Werkprogramma 2007 Gezondheidsraad. Den Haag: Gezondheidsraad, 2006; publicatie nr A06/05.
  • Zo eet Nederland 1998. Resultaten van de Voedselconsumptiepeiling 1998. Den Haag. Voedingscentrum 1998.
  • Zo eten jong volwassenen in Nederland, Resultaten van de Voedselconsumptiepeiling 2003, Voedingscentrum, Den Haag 2004.