In het lichaam

De meeste vitamines moeten we binnenkrijgen via de voeding. Maar er zijn er twee die het lichaam écht zelf kan maken.

Dit zijn vitamine D en vitamine K. Vitamine D wordt aangemaakt in de huid, onder invloed van de zon. Daarvoor is het belangrijk om elke dag een kwartiertje buiten te komen met de handen en het gezicht onbedekt. Vitamine K wordt gemaakt door bacteriën in de darm. Alleen baby’s kunnen dit nog niet (voldoende) en hebben daarom een supplement nodig.

We maken zelf vitamines

Daarnaast kan het lichaam ook vitamine A en vitamine B3 maken, maar daarvoor zijn andere stoffen uit de voeding nodig, de zogenaamde pro-vitamines. Voor vitamine A is dit bèta-caroteen, voor vitamine B3 het aminozuur tryptofaan.

Het lichaam van de mens is niet in staat om vitamine C zelf te maken. Ook mensapen en cavia’s kunnen dit niet. Alle andere dieren kunnen wél zelf vitamine C maken.

Mineralen kunnen we niet zelf maken. Hierop zijn geen uitzonderingen. We moeten dus álle mineralen uit onze voeding halen.

Het lichaam als voorraadkast

Het lichaam kan vitamines opslaan in het lichaam. De vetoplosbare vitamines, vitamine A, D, E en K worden in beperkte mate opgeslagen in het lichaam. De rest wordt uitgescheiden via de urine of de gal. De wateroplosbare vitamines (B-vitamines en vitamine C) kunnen, met uitzondering van vitamine B12, ook slechts in kleine hoeveelheden worden opgeslagen. De rest wordt hiervan uitgescheiden via de urine. Vetoplosbare vitamines en wateroplosbare vitamines worden op verschillende plaatsen in het lichaam opgeslagen. Vitamine A bijvoorbeeld wordt opgeslagen in vetweefsel, vitamine B12 in de lever.

Omdat we van de meeste vitamines geen grote voorraad kunnen aanleggen, is het belangrijk dat we ze dagelijks via onze voeding binnen krijgen. Mineralen worden op verschillende plaatsen in het lichaam opgeslagen. Voorbeelden hiervan zijn calcium, magnesium en zink. Calcium is te vinden in botten, magnesium in spieren en zink in de huid en haren.

Deel: