Chloride

Chloride (chloor) komt met name voor in keukenzout. Het is samen met natrium en kalium nodig voor een goed evenwicht in de vochthuishouding van het lichaam. Daarnaast komt chloride ook voor in maagzuur, in de vorm van zoutzuur.

Waar zit het in?

Zout, dat bestaat uit natrium en chloride, is de belangrijkste bron voor chloride. Chloride komt dus, net als natrium, voor in bijna alle voedingsmiddelen en dranken. Chloride wordt in de vorm van zout toegevoegd tijdens het productieproces, tijdens het bereiden van de maaltijd of aan tafel.

Op de pagina ‘waar zit het in?’ is nog meer informatie te vinden over de bronnen van chloride en de bijdrage van deze bronnen aan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid.

Hoeveel heb ik nodig?

Voor chloride is geen aanbevolen dagelijkse aanbevolen hoeveelheid vastgesteld. Aangenomen wordt dat per dag niet meer dan 1,5 g keukenzout nodig is om in de behoefte te voorzien. De Gezondheidsraad adviseert niet meer dan 6 gram keukenzout per dag te gebruiken.

Wat is veilig?

Negatieve effecten van een teveel aan chloride zijn niet bekend. Er is geen veilige bovengrens vastgesteld.

Wat zijn de gevolgen van een teveel aan chloride?

Chloride wordt voornamelijk via zout opgenomen in het lichaam. Om ervoor te zorgen dat het lichaam niet te veel chloride binnenkrijgt, moet de gemiddelde zoutconsumptie bij voorkeur beneden de 9 gram per dag blijven. Bij deze hoeveelheid krijgt het lichaam meer dan voldoende chloride binnen en ontstaat geen overschot. Door een overmatig gebruik van keukenzout kan het lichaam vocht vasthouden (oedeem) waardoor een hoge bloeddruk kan ontstaan. Verschijnselen van een teveel aan chloor zijn echter niet bekend.

Wat zijn de gevolgen van een tekort aan chloride?

Een tekort aan chloride zal in Nederland niet snel voorkomen omdat chloride in vrijwel alle voedingsmiddelen aanwezig is. Daardoor krijgen ook mensen die een zoutarm dieet volgen nog steeds voldoende chloride binnen.